In 1935 is de Trekweg voor het eerst geasfalteerd en zo bekeken wordt de Trekweg dit jaar dus 75.
Ab van Drooge is de kleinzoon van de Harlinger Dirk van Drooge, één van de eerste directeuren van de Noord Nederlandsche Wegenbouw Maatschappij, in 1995 opgegaan in Ballast Nedam Infra Noord. De eerste weg die het bedrijf in Friesland heeft geasfalteerd was de oude trekweg tussen Bolsward en Workum in 1935.
Dankzij het ter beschikking stellen van zijn complete dossier over de aanleg van de Trekweg heeft Ab van Drooge het mij mogelijk gemaakt deze afleveringen te maken.
Enne Riemersma
75 jaar Trekweg 1935-2010 (deel 2, de aanleg)
Nadat men het eens was geworden over de aanleg volgde op 19 maart 1935 de aanbesteding. Voor de weg sleepte de Noord Nederlandsche Wegenbouw Maatschappij de opdracht binnen. De bruggen zouden door andere bedrijven worden vervaardigd en aangelegd.
Er werd vrijwel meteen met de werkzaamheden begonnen.
Waar bestonden die uit?
Het begon allemaal met het uitzetten van het werk,
gevolgd door het grondwerk: het opbreken van het oude wegdek en het vervoeren en sorteren voor eventueel hergebruik van de oude wegverharding.
Centraal begrip in de wegenbouw is de zgn. aardebaan, waarmee het gehele werkoppervlakte wordt aangeduid. Daar viel uiteraard de weg onder, maar ook de bermen en de te graven sloten. De grond die vrijkwam door het graven van de sloten werd gebruikt om het wegoppervlak en de bermen op te hogen. Het was vooral dit werk dat door de arbeiders uit de 3 gemeentes als werkverschaffingsproject al in het voorafgaande jaar was uitgevoerd onder supervisie van de Heidemij. Volop handwerk. Het zand werd vanaf het IJsselmeer in scheepjes aangevoerd en gelost vanaf de Bolswarder Trekvaart. De aankoop van 80 kruiwagens à 5 gulden per stuk geeft aan dat er veel mannen werkten; ze deden dat voor 30 cent per uur (Bolswarders) en 28 cent (voor plattelanders)! Per werkweek van 50 uren is dit dus 15 gulden. De arbeiders van Bolsward, kregen 2 cent per uur meer vanwege het feit de mensen in de stad geen tuintje hadden om groente te telen. I
n 1935 kostte een manuur ca 30 cent, nu in 2010 kost een manuur € 36,00; van 30 gulden centen naar € 36,00 per uur in 75 jaar tijd is toch wel een enorme stijging.
Waneer de gewenste hoogte was bereikt kon de eerste fundering worden aangebracht. Die eerste funderingslaag bestond uit verschillende delen. Ten eerste werden er basaltstukken, hoogovenslakken of Dolobas schubsgewijs tegen elkaar aan gelegd. Over deze eerste zgn. paklaag werd nog een laag fijnere steenstukken aangebracht, zodat na afwalsing een 18 centimeter dikke laag overbleef.
Na goedkeuring werd er nog een laag basalt over heen gelegd. Na het walsen van deze laag met leemzand, dat werd ingewassen, moest er vier centimeter overblijven. In het bestek staat zelfs de maximumsnelheid van de wals omschreven, ten hoogste 0,45 meter per seconde.
Voordat de deklaag werd aangebracht moest het
oppervlak schoon worden geveegd. Er mochten geen stof, mest, klei of losse materialen op de fundering liggen. Daarna werden op de voorgeschreven breedte en hoogte aan beide kanten houten battingen vastgezet. Daartussen kon het hete asfaltmengsel worden gestort. Dat mengsel bestond uit een bepaalde verhouding steenslag, zand, vulstof en asfalt. Het mengen van die materialen gebeurde in de asfaltinstallatie. Voor dit project stond die in Bolsward, dicht bij het werk, zodat het asfalt tijdens het vervoer in kiepauto’s niet teveel zou afkoelen. Tijdens het vervoer was de laadbak overigens ook afgedekt. Met hittebestendige thermometers werd de temperatuur vlak voor het storten gecontroleerd. De stort vond zo dicht mogelijk bij het te asfalteren wegvak plaats. Met kruiwagens werd het asfalt vervolgens naar dat wegvlak gebracht en geleegd. Met brede, warme harken werd de laag asfalt gelijk geharkt, waarna het nog zachte wegdek zo snel mogelijk moest worden gewalst. Dit was een precies werkje, zo kunnen we uit het bestek opmaken: ‘De bediening der walsen mag enkel geschieden door personen die dit werk volkomen verstaan.’ De dikte van deze laag bedroeg uiteindelijk zes centimeter..jpg&type=large)
Wanneer dit klaar was mocht er opnieuw niet veel tijd verloren gaan voor het aanbrengen van de slijtlaag. Daarvoor werd teer tot 110 graden Celsius verhit en op die temperatuur over de weg uitgegoten. Per m2 werd 1 kg teer verwerkt. Onmiddellijk daarna werd er één centimeter hete edelsplit op de teerlaag uitgestrooid waarna de walsen voor de laatste keer hun werk konden doen.
De twee meter oude trekweg was hiermee een moderne vijf meter brede verkeersweg geworden.
Even een paar cijfers. De eindsom van deze werkverschaffing bedroeg 92.460 gulden, dat is omgerekend totaal ca. 308.200 manuren en ca. 6.100 manweken van 50 uur per week (of meer in 6 dagen per week). Ik schat dat er 130 man één jaar bezig zijn geweest met dit werk.
Een deel van het vaste personeel, zoals de machinisten, de uitvoerder en de chef asfaltinstallatie, had in woonwagens, of salonwagens zoals ze het zelf noemden, geleefd. Waar die destijds hebben
gestaan is niet meer bekend. Zij trokken zo van het ene project naar het andere.
Voor de weg is 30.000 ton basaltslag uit Duitsland aangevoerd naar Makkum. Dat betekent dat er per maand zo’n 5 miljoen kilo verwerkt is, of per dag 11.000 kilo. Daarnaast is er 5000 ton zand gebruikt en 700 ton asfalt en teer. De basalt en het zand zijn met kleine bootjes naar de losplaatsen in de trekvaart gebracht.
Dit was het eerste asfalteringsproject van de Noord Nederlandsche Wegenbouw Maatschappij. Ervaring met begroten hadden men dan ook nog niet, waardoor ze er uiteindelijk zo’n 15.000 gulden bij hebben ingeschoten. In meerdere opzichten is het dus een goede leerschool geweest.
Als archivaris van het oude familiebedrijf heeft Ab van Drooge een map samengesteld over de aanleg van de Trekweg. Het bestek is er nog (geen tekeningen), de begroting, voorschriften, brieven en een personeelslijst. Deze map ligt ter inzage bij de redactie van de Pinfisker.
(wordt vervolgd).jpg&type=large)
