Dit is alweer de derde en laatste aflevering die gaat over het 75 jarig bestaan van de geasfalteerde Trekweg.
Het is wel heel toevallig dat, nu we stilstaan bij het 75 jarig bestaan van de Trekweg, deze gelijkertijd gerenoveerd wordt.
De opening van de geasfalteerde Trekweg vond plaats op 16 november 1935 en bestond uit toespraken, lintjes doorknippen en optochten. De openingsplechtigheid in Parrega vond plaats voor de pastorie en De Bolswarder Courant en de Friso lieten zelfs een speciale bijlage maken waarvan hier een samenvatting is te lezen. De foto’s van de openingsceremonie zijn afkomstig van de heer A. Ozinga. Het complete artikel is na te lezen op www.parregea.nl.

Enne Riemersma

75 jaar Trekweg 1935-2010 (deel 3, de opening)

Op zaterdag 29 november 1935 begonnen de festiviteiten in de raadszaal van het gemeentehuis in Bolsward, er was een grote publieke belangstelling en de stad stond vol met auto’s die af en aan kwamen rijden.

Op de Raadzaal verenigden zich te ruim half twee een honderdtal genodigden, onder wie we opmerkten de heer Commissaris der Koningin, een drietal leden van de Gedeputeerde Staten, de Burgemeesters van Bolsward, Workum, Wonseradeel, H.O.N., de secretarissen, Wethouders en Raadsleden van deze gemeenten, Heeren Architecten, de hoofdingenieur Woude, de Rijksinspecteuur Falkena en verder afgevaardigden van verschillende corporaties.
Te ongeveer 2 uur werd deze bijeenkomst geopend door den heer Burgemeester van Bolsward. Mijne Heeren, het is heden een dag van grote betekenis.
16 November 1935 zal na deze nog vele malen worden besproken door een dankbaar nageslacht. Aan de lange misère van de verbindingsweg Bolsward-Parrega-Workum is een einde gekomen. Het lijden is uit. Wij allen zijn verheugd.
Het is mij een waar genoegen U in een zo groot aantal hier te zien, om met de drie in deze samenwerkende gemeenten Workum, Wonseradeel en Bolsward over te gaan tot officiële openstelling van dit weggedeelte.
De daarstelling van deze secundaire weg is er een van grote betekenis, niet alleen voor de streek, maar voor de gehele zuidwesthoek. Dit is geen gewone verbindingsweg. Neen, het is een schakel in het gehele net van Provinciale wegen. Ze is breed opgevat, royaal uitgevoerd en zal zeker met de beste tot dusverre aangelegde wegen kunnen concurreren.

Na deze toespraak reed men in een lange file naar Tjerwerd en werd er gestopt bij de brug over het Van Panhuyskanaal, hier werd een de technische uiteenzetting gegeven.

De heer Timminga, architect van Wonseradeel, vertelde dat deze brug 35 meter lang is en 7 meter breed. De waterbreedte is 6 meter en ook de doorvaartwijdte is 6 meter. Het stroomprofiel van het Van Panhuyskanaal is hetzelfde gebleven. De bovenbouw van de brug is gemaakt bij Werkspoor en geheel elektrisch gelast. Dit is een belangrijke besparing aan gewicht en maakt de bediening van deze rug, die nog met handkracht gebeurt, heel wat gemakklijker. Het wegdek van de brug is van gewapend beton met Limburgsche klinkers. Een zeer goede veiligheidsmaatregel is het zware ijzeren hek dat steeds bij geopende  brug gesloten moet zijn wil men de brug opendraaien. Een elektrisch waarschuwingsteken is eveneens aangebracht. Onder het vaste gedeelte van deze brug is een grote kelder aangebracht, waarin het hefsysteem van de brug is ondergebracht.
De nieuwe weg heeft een kruinbreedte van 9 meter, het rijdek is 5 meter breed, heel wat bochten zijn er uitgenomen en veel land moest worden aangekocht. In het dorp Parrega is de verbetering buitengewoon merkbaar. De weg door het dorp is eveneens 5 meter breed met aan de huizenkant een breed trottoir. Een betonnen walbeschoeiing is door het hele dorp aangelegd.
Een goed idee van de moeilijkheden die hier overwonnen moesten worden bemerkten we aan de boerderij van de heer Jansen aan de overkant van de workumervaart, waar een geheele strook van het erf is afgenomen. Hierdoor kon aan de wegkant een stuk van de voort worden afgenomen, waardoor de rechte lijn en de breedte gebaat waren.

Na dit technisch gedeelte vertrok men naar Parrega, hier stond het muziekkoprps Excelsior het gezelschap al op te wachten. Met Excelsior voorop ging het naar de erepoort bij de pastorie met het opschrift: “Uit dankbaarheid”, waar Marie Couperus (9jaar) al klaar stond om de commissaris der Konigin de schaar te overhandigne waarmee hij het lint zou doorknippen dat over de weg gespannen was.
Allereerst neemt hier de Burgemeester van Wonseradeel het woord: Mijnheer de Commissaris, Leden van Gedeputeerde Staten, Heeren autoriteiten en verdere belangstellenden: Nu het ogenblik waarop door het verrichten van de gebruikelijke symbolische handeling, een nieuwe, aan de eisen van deze moderne tijd beantwoordende verkeersweg zal worden geopend, is aangebroken, meen ik reden te hebben in enkele woorden uiting te geven aan de gevoelens van dank en voldoening, die door de totstandkoming van dit werk in de gemeente, welke ik hier vertegenwoordig, zijn gewekt.
De geschiedenis van deze weg is rijk geweest aan hoop en teleurstelling, maar zij heeft zich gekenmerkt door een geest van volharding en ijver, die tenslotte alle geschilpunten heeft weten te effenen en een redelijke oplossing van een reeds te lang bestaande, onhoudbare verkeerstoestand tot stand bracht.

Na een zeer lange toespraak waar nog eens werd benadrukt dat de inwoners van Parrega, die zoveel ontberingen hebben doorstaan, nu eindelijk volledig uit hun isolement verlost zijn, werd het woord gegeven aan de Commissaris der Koningin.
De plechtigheid, waarvoor wij hier tezamen komen, heeft wel een bijzonder karakter om meerdere redenen. Laat ik beginnen met te vermelden, dat zij als het ware een voortzetting is van een handeling, nu meer dan 2,75 eeuw geleden, toen de Staten dezer provincie nl. omstreeks 1647 aan den Magistrate der stad Workum-Bolsward en wel uit deze overweging “dat wij allesints ons ooge en genegenheid hebbende op ’s lands welvaren benificiëren voor de neringe bevorderinge en gerijf van de reizende man.” Deze zelfde overwegingen hebben ongetwijfeld ertoe geleid, om deze weg, die in de loop van voornoemde eeuwen bij de tegenwoordige tijdsomstandigheden was achtergeraakt, daarmede in overeenstemming te brengen.
Moge het resultaat van de samenwerking tussen de gemeenten Workum, Wonseradeel, Bolsward en de provincie Friesland beantwoorden aan de verwachtingen van bloei en welvaart en gerief, welke die overheidslichamen zich van hun werk voorstellen. Dat zulks onder Hoogeren Zegen het geval mag worden, is de hartgrondige wens, waarmede ik den weg Workum-Bolsward voor het verkeer openstel.

Nadat de heer Commisaris het over de weg gespannen lint tussen de ereboog had doorgeknipt, speede Excelsior het Fries Volkslied, onmiddellijk gevolgd door het eerste couplet van het Wilhelmus. Daarna ging het met het muziekkorps voorop door het dorp, waarna het gezelschap naar Workum reed, waar voor de eerste brug het Workumer Muziekkorps stond opgesteld, dat de grote file auto’s begeleidde tot aan de Markt. In de bovenzaal van hotel Bonnema kwamen de genoodigden weer bijeen. Na een toespraan van de burgemeester van Workum werd het woord gevraagd door de heer B. Couperus namens de vereniging Dorpsbelangen te Parrega, die in een geestig gedicht de lijdensweg van deze weg belichtte. Als groen de kleur van hoop is, aldus de heer Couperus, en het rood-wit-blauw de dankbaarheid vertolkt, dan hangt momenteel de dankbaarheid wel bijzonder de huizen in Parrega uit.

’t Is hjoed for ús doarpke Parregea
Wol in hiel bysûndere dei
Alle man is út’e foegen
By it iepenjen fen de wei.
Det wy yn ús doarp forlost binn’
Fen dy aeklik smoarge dyk
Stimt ús allegear ta blidens
Elts dy sei, jim ha gelyk.

Ryklik achttsjin jier is ’t lyn,
Det d’r yn Parregea in foriening kaem,
Dyt mei trouwe plichtsbitrachting
De bilangen fen it doarpke op him naem
Det wy faek mei klachten kamen
By de ien’ ef oare rie,
Det hie allegear syn oarsaek,
Det men neat oan ‘e Trekwei die.

Dêrtroch wier d’r hast ûnbigeanber
’t Like sims in midderpoel.
Foaral hwennear der yn hjerst ef winter
Wol hwet ryklik wetter foel.
De einen gruzen yn ‘e kûlen,
Protters wosken hjar op ‘e dyk;
Fytsers dy’t ‘m brûke moasten,
Seagen sims hast mankelyk.


Allegear dy’t de dyk lans moasten
Klagen det it sa hwet die
En dêrfor wier alle reden,
Foaral as men hwet sindlik wier.
Berntsjes, dy’t nei skoalle moasten,
Hienen meastal learzen oan;
Oars den krigen se wiete foetten
En den waerd ’t gestel bidoarn.

Ienkear seagen w’in mantsje fietsen,
Fen om-en-de-by sauntich jier.
Oan syn oantlit wier ’t to merken
Det it wier in great biswier.
Ho’t er troch dy gatten hobb’le,
Minsken, minsken it wier in griis.
Plomp! Dêr laei ‘r en hy rolle
Oer de dyk, as wier ’t in tsiis.

Mar o wé, do’t hy oerein kaem,
Och hwet like ’t nuvre bryk
Krrekt as wier ’t in smoarge baerch,
Dy’t him rôlle hy in ‘t slyk.
Ek ris do’t de leedoansizzer,
Hie to dwaen syn ,,droeve” plicht.
En hy lâns de Trekwei stapte,
Kreas yn ’t Swart, net wetterticht,

Ried him efteryn in auto
Mei sa’n sechstich K.M. gang.
Nou de man, ik moat jim sizze,
Wier dochs suver al hwet bang,
Hy gyng hielendal by de dyk del
Op it kantsje fen de feart.
De auto fleach sa troch de kûlen,
Det de blabber spuite yn ‘e sleat.

 

 

 

 

Ek de leedoansizzer krige
Ryklik dêr syn diel do fen,
Hy wier alhiel ûntoanber wirden,
Ljeave sei, whet moast de man.
Hy moast hielendal himm’le wirde
Fen de skoennen ta oan de hoed.
As je op ‘e dyk sahwet bilibje,
Nou sjedêr, bliuw den mar goed.

Den de frouljue yn ‘e bûrren
Hienen krekt de glêzen skjin
En in auto sûsde troch ’n kûle
En sy wierne smoarcher as by ‘t bigjin.
Och hwet koene hja den raze
Sims yn elts each in trien
En den woene hja ‘t wol útskreauwe,
Automan hwet bist gemien.

Det dy ûnhâldbre tastân
Skreaude om forbettering,
Det koe elts him wol bigripe,
Ek de doarpsforieniging.
Dêrom hat ‘t Bistjûr ek altyd
Pleite, det men helpe scoe.
Mar ienkear haw we d’yndruk krige,
Det men us net helpe woe.

Sjuch we hiene op eigen kosten
Hwet foaroare oan é dyk.
De tsjillen fen de boerweinen
Rieden meastal trijekwart briek.
Mar dit wier mis hear, hwent och minsken
Hjir hie ’t Bistjûr net iens oer tocht,
Det dizze allerbêste bidoelingen
Hjar mei de pelysje yn oanreitsing brocht.
 
De gatten by ús yn ‘e bûrren
Dy wierne noch mar krekt hwet sljucht,
Ef in pelysjeman ut Warkum
Dy sei ús det det net sa mocht.
Det pún det moast wer ut de gatten
Det wier de man syn koart bifel.
Mar doarpsbilang, dy wier wol wizer,
Dy liet it glide by hjar del.

Nou’t letter de Achbre Gemeintebistjûren
Fen Boalsert, Warkum en Wûnseradiel
De hannen yn mekoar slein hawwe,
Nou ha wy krige in moai gehiel
De dyk dy’t rint fen Boalsert nei Warkum,
Det is ien dy’t er wêze kin
En ’t is de boargerij fen Parregea
Nou den ek danich nei it sin.

Alle leed et is foarby nou
En de striid dy ha wy hawn,
Elts kin sindlik fytse, rinne,
Ek de tollen bin oan kant.
Wy kin ’t suver net bigripe
Det it sa foroare is.
Tankber bliuw wy oan jimm’ tinken
Det is siker en gewis.

Wy as Bistjûr fen Doarpsbilangen,
Wy rope jimm’ folmûlich ta,
‘t Is boppe alle lof forheven,
Us Parregea nou, det is mar sa.
Bistjûren fen ‘e trije gemeinten
Architecten, opsichters, oannimmers en sa:
Wy bringe jimme trijeris hilde
For it wirk det jimme útfierd ha.

Hierna spreekt Burgemeester Praamsma nog een kort slotwoord en wijst hierbij op de grote werkverruiming die door de aanleg van de weg voor de Zuidwesthoek geschapen was; meer dan 120.000 gulden is aan arbeidsloon uitgekeerd. Velen hebben werk en brood gehad en dit stemt tot grote dankbaarheid. Spreker brengt ook dank aan de pers, die naast de dankbaarheid van deze streek ook wel wil vertolken de grote betekenis die deze weg voor onze Zuidwesthoek heeft. Met een hartelijk dankwoord aan allen sluit de Burgemeester deze bijeenkomst.
Spoedig werden toen door de genodigden de diverse auto’s weer opgezocht en met een 70-80 km. Vaart ging het nu langs de nieuwe weg naar Bolsward. De ereboog in Parrega was aardig verlicht en vele dorpsgenoten wuifden de voorbij snorrende auto’s een hartelijke groet toe.