|
Dedgum, een terpdorp, werd al genoemd in 855 als Deddingaheem. De oorspronkelijke terp is nog in het landschap te herkennen. Het dorpsgebied is vrij klein. De huizen en boerderijen lijken in groepjes in het noorden en het zuiden gegroepeerd te zijn, bij de kerk is het opener.
Dedgum ligt tussen Parrega en Tjerkwerd en heeft relatief veel boerderijen. Veeteelt is hier het voornaamste middel van bestaan. De klavers uit het wapenschild getuigen hiervan, terwijl het in de schildhoek weggedrongen plompeblad herinnert aan de drooggemalen meren in dit gebied.Ten noorden ligt het buurtschap Arkum met enkele grote boerderijen op een afgegraven terp.
De kerk werd gebouwd in de 13e eeuw van grote bakstenen en had een karakteristieke zadeldaktoren die in 1890 werd afgebroken. De prachtige poort, die toegang verschaftte tot de oude kerk is gelukkig bewaard gebleven en heeft een plaats gekregen in het “Frysk Museum”. Rond de ingebruikname van de huidige kerk vond men dat een nieuwe toren (met spits) ook een nieuwe klok moest hebben. In 1890 kwam de nieuwe klok per spoor uit Heiligerlee te Sneek aan, waarna zij met een hooiwagen naar Dedgum vervoerd zou worden. Echter, onderweg raakte 'it saekje' in de sloot, zodat de klok voor aankomst al gedoopt was. 'Men' wist niet precies, waardoor dat ongeluk kwam, maar boze tongen beweerden zoiets als " door Schiedammer nat ".
De nieuwe kerk heeft een schip van vier rondbogige venstervakken diep en een driezijdig gesloten koor. De toren is slank en hoog met nissen in de onderste geledingen met daaronder uurwerkplaten.
|